Geschiedenis

De geschiedenis van maatschappelijk werk
Hoewel de problemen in de huidige samenleving zich opstapelen, is maatschappelijk werk alles behalve een beroepstak die pas enkele jaren bestaat. Al zeker sinds mensenheugenis kunnen burgers aankloppen voor hulp bij hun problemen. De problemen en instanties variëren van tijd tot tijd, maar de beroepstak is blijven bestaan.

Vanuit verschillende geloofsovertuigingen werden gelovigen aangespoord om te zorgen voor hun naasten. De christenen moesten leven volgens naastenliefde en barmhartigheid, de joden hadden chesed (barmhartigheid), de islamieten kenden zakat (giften aan de armen), maslaha (je inzetten voor de gemeenschap) en ecir (gemeenschapszin en gemeenschapstradities). Door de vele aanhangers van het geloof werd de zorg voor de minderbedeelden in de samenleving gewaarborgd.

In de Middeleeuwen vierde met name het christendom hoogtij. Door de pest, de opkomst van de handel en de standenmaatschappij ontstonden er grote verschillen tussen mensen in de samenleving, waardoor het aantal armen toenam. Zij hadden recht op hulp zodra zij niet in hun eigen levensonderhoud konden voorzien (mits zij zich fatsoenlijk gedroegen).

In de vroege Renaissance ontstonden de eerste humanistische beginselen. De aanhangers van deze beginselen dienden te leven volgens enkele deugden, waaronder opofferingsgezindheid, gastvrijheid, onbaatzuchtigheid en vrijgevigheid. Daarnaast had men in deze tijd door dat een goede opleiding ervoor kon zorgen dat men later kon werken, en zo armoede kon voorkomen. Kinderen moesten volgens de eerste sociale wetgevingen dan ook naar school.

Ten tijden van de Reformatie waren met name Luthers standpunten zeer populair. Hij beschreef drie manieren waarop een persoon gered kon worden (van zijn problemen), namelijk door genade van God, door het geloof of door de bijbel te lezen (en niet door jezelf af te kopen). Calvijn bevestigde dat afkopen onzin was, je leven was vastgelegd en armen waren of profiteurs of stakkers die geholpen moesten worden. In 1600 ontstond de kerkelijk plicht om voor de armen te zorgen, waardoor instanties als het Geefhuis, de gilden en de Blokken ontstonden.

Met de komst van de Verlichting ontwikkelde ideeën op het gebied van maatschappelijk werk zich verder. Het burgerlijk beschavingsoffensief en de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen zorgen beide ervoor dat zij die problemen hadden oplossingen voor handen hadden of beter leven voor gehouden kregen.

In de daaropvolgende jaren, decennia en eeuwen barste het van de wetgevingen die erop gericht waren het leven voor mensen in het algemeen en minder bedeelden aangenamer te maken. Beginselen werden vastgelegd in grondwetten, en het aantal officiële instanties waar men terecht kon nam gestaag toe. Al het bovenstaande heeft geleid tot de samenleving waarin wij ons momenteel bevinden, inclusief wetgevingen, regelingen en bijbehorende instanties. Zonder deze rijke geschiedenis hadden de huidige maatschappelijke werkers niet de mogelijkheden die ze nu voor handen hebben.